Maandelijks archief: september 2017

Instinct of intuïtie

Voor het Veld- & Zelfonderzoek naar de zin en onzin van de persoonlijke identiteit dwaal ik de laatste dagen met veel plezier door de gedachten van Paul Verhaeghe. Verhaeghe schrijft een drieluik over de mens in relatie tot de ander. In het eerste deel over identiteit schrijft hij een interessant verhaal over gewoontegedrag. Dit pre-wired behavior of te wel dat deel van ons denken en doen dat we nog altijd niet snappen of te wel het onderbewustzijn.

Volgens de biologie – zo schrijft Verhaeghe – zit in ons onderbewustzijn een enorme hoeveelheid pre-wired gedrag. Want ook het gedrag en onze kenmerken dat we door de evolutie al heel lang niet meer gebruiken ligt nog altijd in ons menselijk wezen ingebakken. Een heleboel van dit pre-wired gedag komt nooit aan het licht omdat er niets is dat dit gedrag wakker schudt. We weten van heel veel vaardigheden het bestaan niet af. Tot we in nood zijn, in ingeving krijgen of opeens ‘out of the blue’ weten wat ons te doen staat. Dan noemen we dat intuïtie. Ondertussen vraag ik me af of dat wat wij intuïtie noemen en waar we zo graag het contact mee willen versterken, niet gewoon ons oeroude menselijk instinct is.

Misschien hebben we – uit naam van de beschaving of religie-  ons eigen wijze menseninstinct iets te grondig onderdrukt en te ver weg gestopt. Zijn we in plaats van te vertrouwen op ons eigen instinct gaan zoeken naar zoiets als een hoger bewustzijn. En klampen we ons iets te fanatiek vast aan een hemels ideaal of heldere logica van de wetenschap. En theorieën en idealen klinken natuurlijk prachtig maar kloppen zelden of vragen zo’n grote mate van zelfdiscipline dat leven een soort topsport wordt. En waarom eigenlijk? Waarom zijn we ons eigen instinct gaan wantrouwen. Wat is er mis met een flinke dosis boerenverstand en menselijk instinct?

Misschien zijn we door onze instincten te associëren met iets dierlijks en door gruwelijk gedag beestachtig te noemen een beetje van ons pad afgeraakt. Ik pleit hier niet voor het domweg volgen van de onderbuik, want met een beetje afstand de boel zo nu en dan eens overzien is natuurlijk best prachtig. Maar een oeroud compleet natuurlijk regelsysteem volledig aan de kant schuiven was misschien toch niet zo slim.

Wie weet is wat we – heel netjes en beschaafd – onze intuïtie noemen gewoon ons eigen menseninstinct. En zijn we door ons eigen instinct te diskwalificeren en op zoek te gaan naar een hoger bewustzijn de meest voor de hand liggende, dichtstbijzijnde en meest toegankelijke bron van kennis – het oeroude mensen instinct – uit het oog verloren.

Want het inzicht uit podcast 2 dat ik ooit op een compleet verkeerde plek was beland en heel zeker wist dat ik als een speer op zoek moest naar de nooduitgang kwam inderdaad knap onverwachts en was weinig doordacht. Nu ik er goed over denk heb ik wel vaker van die onverwachte besluiten genomen. Meestal dankte ik het engeltje op mijn schouder of – iets platter gezegd – mijn shitdetector of innerlijke Tom Tom die mij behoedde, waarschuwde en de nooduitgang wees. Misschien is wat ik mijn intuïtie noem inderdaad het oeroude zoogdierinstinct van mijn eigen soort, de mens.

Misschien moet ik mijn instinct in plaats van netjes verpakken of flink onderdrukken wel meer gaan oefenen en beter leren gebruiken. Want wat is er mis met pre-wired behavior en een oeroud instinct? Ik kijk tenslotte ook vol bewondering hoe de gierzwaluwen elk jaar weer en als vanzelf op 29 april terug keren naar Oud-Sabbinge. Wie weet zit er in de mens, als soort, wel meer eigenschappen en kenmerken dan we durven dromen. En kunnen we niet alleen van de zwaluwen maar ook van onze eigen medemens nog heel wat leren.

Indien mogelijk

Een Eindhovense LinkedIn connectie stuurde mij het volgende bericht: “Een zoektocht naar jezelf, naar zingeving, naar een breder perspectief. Dat is spannend”.

Spannend is het zeker. Maar of dit Veld & Zelfonderzoek naar de zin en onzin van een persoonlijke identiteit een zoektocht is naar zingeving, dat weet ik niet. Het kan natuurlijk best zo zijn dat het zingevingsvraagstuk meespeelt. Het bericht leidde in ieder geval tot een boeiend gesprek en dit tweede Eerlijk Open & Bloot-blog. Maar vooralsnog ben ik niet op zoek naar zingeving maar vooral benieuwd naar de maakbaarheid en houdbaarheid van dé identiteit.

In de NRC van vrijdag 18 augustus staat een mooi interview met een schrijver die van zijn ex-vrouw de kopieën van 500 velletjes brieven terugkrijgt – die hij haar tussen zijn 18de en 23ste schreef. Het was – zo vertelde hij- een ontmoeting met een vreemde. Hij was het contact met die jongen van vroeger compleet verloren. Zijn verhaal deed me denken aan een soortgelijke ervaring die ik een jaar of wat geleden had tijdens een drie daagse training persoonlijk leiderschap.

Ik volgde destijds de Master Management & Innovatie. En wilde niets liever dan sneller, beter, slimmer en ook ietwat gewiekster leren organiseren. Dat een intensieve en diepgaande training persoonlijk leiderschap een belangrijk onderdeel van de studie is, besefte ik pas toen de hotels al waren geboekt. Wat zich precies heeft afgespeeld, dat weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik ergens in die drie daagse training een flink stuk van mezelf hervond. Ik zag mezelf opeens weer voor me, zoals ik ooit was en wist heel zeker, dat ik op een plek was aanbeland waar ik niet wilde zijn. Mijn innerlijke TomTom riep heel hard: indien mogelijk keer om! Want ik herkende mezelf wél in wie ik ooit was maar niét in wie ik was geworden.

Het gekke is dat ik geen moment twijfelde en heel zeker wist dat wat ik hervond heel echt en heel erg van mij was en ik als een speer op zoek moest naar de nooduitgang.

De Master Management en Innovatie heeft op een verassende wijze bijgedragen aan het herontdekken van mezelf. En heeft mijn kijk op het leiden van veranderingen en coachen van mensen voorgoed gekanteld.

Maar wat mij nog altijd boeit en bezighoud is waarom ik zo enorm mijn best ben gaan doen iets te worden wat ik op mijn 18de al pertinent niet wilde zijn. Terwijl ik mezelf toch een redelijk stevig verankerd mens vind en helemaal niemand mij ooit ergens toe heeft gedwongen. Vandaar dat ik meer wil weten over wie u bent, wat u doet en hoe het lukt uzelf te zijn.

Want het lijkt een hele toer jezelf te worden, maar volgens mij is het vooral de kunst jezelf te blijven.

Olifant & Bonobo

Iedereen kijkt naar zichzelf en velt een oordeel. We zijn soms net een wandelend wetboek. De een handelt wat meer naar de letter, de ander wat meer naar de geest. Maar we hebben allemaal een innerlijk wetboek en moreel kompas. Hoe die zijn ontstaan en of dat wel klopt, daar gaat dit verhaal over.

Het perspectief waarmee ik naar mezelf kijk wisselt. Ik heb grofweg twee brillen. De ene is een soort opgewekte pom-tie-dom-tie-dom versie die met een milde blik mezelf en het alledaagse gedoe opgewekt aanschouwt. Maar Ik heb ook een strenge, ietwat dictatoriale versie. Die zichzelf en al dat gedoe soms vreselijk zat is en hevig verlangt naar iets wat altijd klopt. Dan ben ik knap intolerant en behoorlijk ongezellig. Afhankelijk van de bril pakt mijn innerlijk wetboek heel anders uit. En het lukt mij lang niet altijd deze twee ‘on speaking terms’ te krijgen. En daarin sta ik niet alleen. Ieder mens is een vat vol tegenstrijdigheden. Hoe kan dat? Wie of wat bepaalt wie ik ben en wat ik doe?

Peter Verhaeghe (2016) is psychoanalyticus en schrijft een mooi drieluik over de mens in relatie tot de ander. Volgens Verhaeghe is de bril waarmee we naar onszelf kijken in wezen niet meer dan een verzameling – door de geschiedenis heen en grotendeels verzonnen –  ideeën en denkbeelden. De meeste zijn ondertussen allang achterhaald of weerlegd. Maar houden toch hardnekkig stand, meent Verhaeghe.

Leon de Bruin, Fleur Jongepier en Sem de Maagt (2017) zoeken met een filosofische bril naar antwoorden op vraag wat ‘het zelf’ is. Maar ook de filosofie heeft geen vastomlijnd idee. De Taalfilosoof Gilbert Ryle (1900-1979) sprak zelfs van een spookmachine. Volgens hem was ‘het zelf’ per ongeluk in het hokje van de fysieke dingen terecht gekomen. En is het helemaal geen ding dat je kunt vinden, bevrijden, overwinnen of verbeteren. Vanuit het filosofisch perspectief ben ik een verzameling overtuigingen, ervaringen en herinneringen die min of meer toevallig in mijn persoon zijn samen gekomen.

En de laatste inzichten uit de biologie laten zien dat de mens in wezen een sociaal zoogdier is. Volgens biologen ben ik een complex levend organisme dat continue en aldoor co-evolueert met zijn omgeving en dat is een grotendeels onbewust proces,  zonder plan of enig hoger doel.

Of het waar is weet ik niet. Maar als ik min of meer toevallig ben geworden wie ik ben, mijn ideale versie niet bestaat en mijn theoretisch kader niet klopt, dan snap ik wel waarom het in mijn hoofd soms schuurt.

De gedachte dat ik alle dagen continue co-evolueer met de mensen om mij heen klinkt zo gek nog niet. Het maakt mij minder autonoom en maakbaar. Maar klinkt wel een stuk relaxter en zoveel vriendelijker. En misschien kan ik van een zoogdier nog een boel leren. Ik heb de olifant of bonobo nog nooit een wellicht perfect maar onhaalbaar ideaal zien najagen.

Bronnen:

  • Bruin, F. Jongepier, S. de Maagt, Ik., filosofie van het zelf, Amsterdam, Boom, 2017.
  • Verhaeghe, Identiteit, Amsterdam/Antwerpen, De Bezige Bij, 2016.