Maandelijks archief: oktober 2017

Alledaagse co-evolutie

Via deze berichten houd ik jullie op de hoogte van het verloop van het veld en zelfonderzoek naar de zin en onzin van de identiteit. Vanuit biologisch perspectief zijn mensen sociale zoogdieren die elkaar voortdurend beïnvloeden. Deze aflevering gaat over co-evolueren in de dagelijkse praktijk.

Nu ik weet dat ik als een sociaal zoogdier continue co-evolueer met alles en iedereen om mij heen en wat ik doe grotendeels wordt bepaald door mijn omgeving, ben ik toch benieuwd naar hoe dat gaat, dat co-evolueren in de praktijk. Want dat mijn ideaalbeeld niet bestaat vind ik prima en eigenlijk best geruststellend. Dat wellicht hemelse maar onbereikbare ideaal heb ik met liefde losgelaten. En dat mijn identiteit niet zo vastomlijnd is als ik dacht, vind ik ook geen ramp. Maar de vraag hoe ik co-evoluerend zelf kan bepalen wat ik doe en hoe ik wil zijn, laat me niet los. Op de een of andere manier vind ik de gedachte dat wat ik doe grotendeels door een ander wordt bepaald een stuk minder geruststellend. Misschien zelfs wel verontrustend. Eerst maar eens kijken hoe dat gaat. Op zoek naar antwoorden duik ik in de praktijk van alle dag.

Samen met manlief, Poes en hond Mo vorm ik tenslotte een kleine gemeenschap van sociale zoogdieren. Zo op het eerste gezegd lijken manlief, Poes, Mo en ik een aardig om elkaar ingespeeld geheel. Ieder gaat zo zijn eigen weg, zonder al te veel gedoe. En als ik goed kijk zie ik inderdaad allerlei onbewust op elkaar afgestemd gedrag. Als Poes naar binnen wil, gaat Mo blaffen en sta ik op. Als het heeft geregend staat Poes op de eerste trede van de trap en likt Mo haar vacht droog. Eenmaal droog vervolgt ze haar eigen weg. So far, so good.

De vraag wie er op de bank ligt verloopt een stuk minder geruisloos. De bank is in principe van manlief en mij. Wij hebben dat ding tenslotte gekocht toch? Maar in de praktijk is de bank vooral van Mo. Mo is overdag het meest thuis en ligt dan op de bank. Manlief of ik mogen daar soms bij, maar Poes niet. Alleen als ik op de bank zit, Mo overtuigend naar de uiterste hoek van de bank verban en Poes liefjes roep, komt Poes even op schoot. Maar nooit voor lang. Mo hoeft maar met een wenkbrauw te trekken en ze springt al weer weg. Zelfs manlief en ik hebben moeite onze plek te behouden. Ik hoef maar met een teen te bewegen of Mo per ongeluk aan te raken of ze springt saggerijnig van de bank, draait zich om en gaat verlangend voor mij staan. En voor ik het door heb trek ik mijn benen op en springt Mo weer op de bank. Soms vinden manlief en ik het mooi geweest. Dan proberen we op te treden en wordt Mo gedecideerd van de bank verjaagd. Even kruipt ze in haar eigen mand, maar binnen vijf minuten staat ze weer voor je en voor je het weet heeft ze stiekem weer een hoekje gevonden en rolt ze zich stilletjes op.

Ongemerkt is de bank die in principe van manlief en mij is van Mo geworden. Goed beschouwd zijn niet wij, maar is Mo de baas van bank. En zijn het inderdaad niet de bewust genomen besluiten maar de kleine alledaagse gewoonten die stilletjes bepalen wie waar zit. En pogingen gewoonten te veranderen door de formele hiërarchie te herstellen houden wel heel even maar nooit lang stand. Poes en Mo trekken zich van de formele gezagsverhoudingen niet veel aan en lopen al co-evoluerend mijlen op ons voor. Want Mo lijkt heel lief en onderdanig maar gedraagt zich eigenlijk heel dwingend en behoorlijk dominant. Terwijl manlief en ik redelijk stoer en standvastig lijken maar we blijken in de dagelijkse praktijk knap volgzaam en behoorlijk onderdanig. Als ik al co-evoluerend mijn weg moet zien te vinden, heb ik nog een boel leren. En lopen Poes en Mo mijlenver op mij voor.